MIJN NAAM IS MIJN LIED

in het rijksmuseum van boerengroen
roep ik mijn eigen naam
als bewijs van mijn bestaan
je hoort me wel maar ziet me niet

ik heb nooit een moeder gehad
geen vader gezien
geen broertjes en zusjes
ben groot gebracht door een karkiet

samen met haar hongerig tuig
dat ik uit het nest heb gekieperd
ik liet mij voeren tot ze scheel zag
van haat halfdood van verdriet

de winterroute naar het zuiden
heb ik in mijn eentje uitgevogeld
ook de weg terug naar deze stek
ik betrek de plek die ik niet geniet

ik zou een nest willen vlechten
voor een vader en moedervogel
een wieg voor kuikens bevechten
maar sticht een ramp in het nest van een karkiet

ik koekoek mijn naam en mijn lied
ben de eenzaamste vogel onder de vogels

Published in: on januari 25, 2020 at 12:03 pm  Geef een reactie  

OVER DE RAND

de roeiboot is los van de meerpaal
wiekt met trage slagen
tussen twee smalle vleugels
laag over de rivier

meedrijvend met de stroom
kijk ik over de rand
naar het water dat ook de hemel is
brokstukken zomermiddag rimpelen
met schichtige lichtflitsen
mijn gezicht rakelings daar tussen
in de hoop te zien wegvluchten
wat zich schuil houdt
ver van walkant en riet

zee├źn slonken tot rivieren
herinneringen slingeren
door het land

met de riemen binnen boord
langs kragen gegleden
waar boven
insectenwolken gonzen

er zijn zoveel gedachten
die ik niet kan denken
als de dag zich over de rand
van de middag buigt
naar het avondrood
van de wereld onder de onze

Published in: on januari 16, 2020 at 10:57 am  Comments (2)